De donateur is een vrouw

30 oktober 2008, 08:59
Vrouwen hebben een lange traditie in de chari-sector. Maar de rol van de vrouwelijke filantroop is ingrijpend veranderd. Vrouwelijke donoren zijn rijker, zelfstandiger en eigenzinniger dan hun (groot)moeders. Hoe en waarom geven vrouwen? Nicky McIntyre, directeur van Mama Cash, sprak erover op het IFC.


Vrouwelijke gevers zijn totaal veranderd

De vrouwelijke donateur/filantroop is bepaald niet meer dezelfde als een paar generaties geleden. Toen hadden de rijkere vrouwen vooral beschikking over geld van hun man, vader of familie (tegenwoordig verdienen ze zelf), en ondersteunden ze vooral goede doelen die via hun familie of man op hun pad kwamen (tegenwoordig kiezen ze hun doelen zelf). Het geld leidde niet tot een gevoel van onafhankelijkheid en macht, en de daadwerkelijke hulp bestond vooral uit vrijwilligerswerk in de directe omgeving.

 


Meer aandacht voor de harde rafelranden

McIntyre: ‘Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar vrouwelijke filantropie in andere landen als de VS en Groot-Brittannië. Maar in deze landen zien we duidelijke ontwikkelingen, en ik zou niet weten waarom het in Europa anders zou zijn. Ook in niet-westerse landen zien we deze trends.'

Wat karakteriseert de vrouwelijke gevers? Allereerst zijn ze vooral geïnteresseerd in family philantropy (dat als doel of bij-effect heeft dat families bij elkaar blijven). Ten tweede lijken vrouwen een grotere betrokkenheid te voelen bij hun doelen. Ten derde: vrouwen steunen vaker de ‘hardere' en meer controversiële doelen dan mannen (vaker vluchtelingenhulp dan kankerresearch, bijvoorbeeld). McIntyre: ‘ In tegenstelling tot de vooroordelen zijn vrouwen juist minder geneigd voor lieve en softe symbolen en causes te gaan. Ze hebben gemiddeld meer oog voor de rafelranden van de maatschappij.'

 


Meer eigen stichtingen

McIntyre: ‘Nog een opmerkelijk verschil: vrouwen lijken minder gevoelig voor de maatschappelijke erkenning en lof die filantropie biedt dan mannen. Vrouwen zijn meer geïnteresseerd in de effecten. Ook dat verbaast mannelijke onderzoekers nogal.' Ten slotte: de moderne vrouwelijke donateur/filantroop zet vaker een eigen stichting op dan mannen.

McIntyre benadrukt dat naast onderzoek naar motieven en gedrag ook economische data moeten worden meegenomen om tot een goed beeld van vrouwelijke filantropie te komen. ‘De financiële basis biedt een kader voor de dingen die vrouwen de komende decennia zullen ondernemen.'

 


Meer economische macht (maar in Nederland iets minder)

McIntyre: ‘Niet alleen hebben vrouwen meer eigen geld, ze zijn ook steeds vaker verantwoordelijk voor fondsen en beleggingen. Vooral de iets oudere groep neemt het heft in eigen handen. In landen als de US, Groot-Brittannië en Zweden zien we een duidelijke toename van de financiële zeggenschap van vrouwen. Helaas is Nederland niet helemaal te vergelijken met deze landen, omdat hier relatief weinig vrouwen de top bereiken. Daarom is apart Nederlands onderzoek zo zinvol.'

 


Enorme geldstroom van emigranten naar thuisland

Een andere belangrijke ontwikkeling is de enorme groep migrantenvrouwen die verspreid over de wereld een flinke economische impuls geeft aan de familie in het thuisland. McIntyre: ‘Sommige van die vrouwen verdienen lang geen topsalarissen, maar ze zijn meer dan mannen geneigd, geld terug te geven en te investeren in het thuisland.' Volgens de Wereldbank zonden in 2005 175 miljoen emigranten (merendeel vrouwen) gezamenlijk 230 miljard dollar naar hun thuislanden (de remittances). McIntyre: ‘Een trend om serieus rekening mee te houden als fondsbeheerder of goed doel. Schrijf deze groep niet af omdat het individueel vaak om kleinere bedragen gaat. Hele economieën zijn van deze geldstroom afhankelijk en veel internationale ngo's drijven er volledig op.'

 


Concrete handvatten voor fondsenwervers

McIntyre weet dat veel onderzoekers het niet prettig vinden om een onderscheid te maken tussen de sexen. ‘Het is niet politiek correct, want we zijn toch allemaal gelijk en generaliseren kan niet. Ik vind dat onzin. De verschillen in filantropisch gedrag zijn zo significant, je zou wel gek zijn om je strategieën daar niet op af te stemmen.' Een paar handvatten:

• Vrouwen voelen gemiddeld een sterkere emotionele binding met hun zaak of organisatie. Spreek ze daarop aan en veel minder op persoonlijke erkenning en invloed (wat weer goed werkt bij veel mannen).

• Mannen zijn gevoeliger voor What's in it for me? zoals een positie in het bestuur van een ngo etc. Vrouwen willen allereerst verbinding voelen met anderen en met een goede zaak.

• Vrouwen zijn meer geneigd tot samenwerkingsverbanden en minder tot individuele acties. Daarom zijn donor-cycles bij vrouwen zo succesvol.

• Vrouwen willen naast geld ook graag expertise en tijd geven.

• Vrouwen verbinden geld meer met activisme (ze steunen immers vaker hardere goede doelen en zijn meer geneigd positie te kiezen bij heikele thema's.

• Vrouwen zijn meer proces-georiënteerd en nemen vaker risico's. Ze steunen ook vaker kleinere, niet meteen tot succes neigende, doelen.

• Vrouwen zijn beslist zakelijk en willen effect zien van hun giften en investeringen. Maar zij wegen een bredere range aan effecten mee: samenwerking, ontplooiing medewerkers, betrokkenheid donateurs etc.

 


Hoe hou je je vrouwelijke donor/gever vast?

McIntyre: ‘Al het voorafgaande laat al zien dat de relatie cruciaal is. Van de (grote) geefster met het doel, van de vrijwilligster met de investeerster, van de doelgroep met de toekomstige erflaatster, etc etc.' McIntyre focust op drie belangrijke methoden om duurzaam te investeren in vrouwelijke filantropie:

• Donor cycles: de organisatie maakt een fonds van de giften van een kleine groep grote geefsters (bijvoorbeeld 20 a 30 vrouwen) en betrekt een kleine groep geefsters concreet bij de bestedingen van dat fonds. De vrouwen komen een paar keer per jaar bij elkaar en verdiepen zich in de projecten. Ook mogelijk: stages bij projecten, trainingen bij projecten, expertise-uitwisseling met de vrouwen die de projecten realiseren, etc. De donor-cycle wordt gefaciliteerd en bemand door de ngo.

Mooi voorbeeld: de donor cycle van het Global Funds for Women in Palo Alto (CA) die uit 12 vrouwen bestaat die door de jaren heen steeds meer fondsen en expertise hebben geschonken aan een bepaald project tegen vrouwenhandel. Ze deden eigen research en maakten een film die het doel onder de aandacht van een groot publiek bracht. McIntyre: ‘Dat heeft niemand ze gevraagd, dat zijn eigen initiatieven die weer veel nieuw geld en exposure hebben opgeleverd.'


Financiële training en leiderschapsontwikkeling

Twee andere methoden die goed werken bij vrouwelijke donors:

• Het aanbieden van financiële training. McIntyre: ‘Veel vrouwen hebben een achterstand op dat gebied. Mama Cash is daar goed in en het levert goede contacten op en een netwerk van vrouwen die weten wat ze met hun geld willen en kunnen doen. Fondsen die zich op vrouwen richten moeten actief iets doen aan ‘financieel analfabetisme'. Uit de trainingen ontstaan vaak nieuwe initiatieven en gemeenschappen die samen een bepaald doel gaan steunen. McIntyre: ‘Niemand legt die vrouwen iets op, ze krijgen alleen handvatten om zinnig met geld om te gaan. Waar ze het vervolgens aan besteden, is niet aan ons. Vrouwen willen zelf organisaties oprichten en wij moedigen ze daarbij aan.'

• Een laatste strategie om vrouwelijke filantropen te trekken en te behouden: leiderschapsontwikkeling en kansen om dat leiderschap te tonen. McIntyre: ‘Haal vrouwelijke grote gevers naar voren, maak reclame met door vrouwen opgerichte fondsen, maak rolmodellen van vrouwelijke filantropen, richt moeder-dochter programma's op. En, ik zeg het er nog maar even bij voor de Nederlandse goededoelenwereld: haal vrouwen in je bestuur. Het levert je altijd veel meer op dan alleen die bewuste vrouwen.'

gerelateerde items